Volkskrant: Kaalheid een keuze?

Jop de Vrieze schreef 8 november 2014 in de Volkskrant over kaal worden. Jop is 31 en heeft door dat zijn haargrens bezig is met een aftocht. Hij neemt ons mee in zijn gedachtegang hierover.

“Ik ben mijn inhammen van lieverlee gaan koesteren, maar sinds ik de afgelopen maanden steeds meer haren op mijn kussen en in het doucheputje aantref, ben ik me toch wel zorgen gaan maken. Ik word kaal, net zoals mijn opa, mijn ooms en mijn vader, al valt het bij die laatste dankzij de strategische comb over nog mee. Na de constatering komt het besef van de onherroepelijkheid en voor die overgaat in berusting, wil ik uitzoeken wat ik kan doen.”

Aanleg

“Haaruitval is een van de meest voorkomende en tegelijk meest gevreesde uiterlijke verschijnselen die een man kan overkomen. Naast zeldzame vormen van acute haaruitval is er de ‘gewone’ kaalheid, alopecia androgenica, oftewel door hormonen veroorzaakte haaruitval. 90 procent van de westerse mannen heeft er genetisch aanleg voor, 80 procent krijgt er uiteindelijk mee te maken.

De mate waarin de betrokken genen actief worden, bepaalt wanneer de haaruitval toeslaat en hoe snel die verloopt. 20 procent van de blanke mannen wordt rond zijn 20ste kaal, 30 procent rond zijn 30ste, en zo gaat het door tot 70 procent bij z’n 70ste. Onder mensen van Arabische afkomst is dit percentage vergelijkbaar, onder de rest van de mannelijke wereldbevolking ligt het tussen de 10 en 30 procent.

Maar waarom ben ik eigenlijk bang om kaal te worden? Haar is toch maar een heel klein stukje huidoppervlak, wat nauwelijks nog een functie heeft? Het beschermt je hoofdhuid tegen de zon, maar dat kan ook op een andere manier. Toch geven we meer geld aan ons haar dan aan onze huid. ‘Je haar is gezichtsbepalend. Kaalheid wordt gezien als minder mooi en dat je er niet voor kiest geeft een gevoel van machteloosheid’, zegt psychologe Hellen Hornsveld van de Universiteit Utrecht, wier zoon een acute vorm van haaruitval kreeg.

‘We leven langer en willen er langer jong uit blijven zien’, zegt Berend van der Lei, hoog-leraar esthetische chirurgie aan het UMC Groningen. ‘Vooral bij jonge mannen leidt haarverlies tot een forse aantasting van het zelfvertrouwen.’

In je lichaam circuleert het geslachtshormoon testosteron. Dit kan in je haarzakjes door een enzym worden omgezet in dihydrotestosteron. Dit hormoon stimuleert de groei van borst- en baardhaar, maar belemmert de normale groeicyclus van haren bovenop je hoofd.

In plaats van dat ze langzaam uitgroeien tot de maximale dikte en lengte na drie tot zes jaar uitvallen, blijven ze heel klein en dun, en vallen al na een paar maanden uit. Uiteindelijk kan het hele haarzakje afsterven. Factoren zoals stress en slechte voeding kunnen haaruitval versnellen, maar grotendeels is het gewoon pech. Het is trouwens een fabeltje dat mannen die kaal zijn meer testosteron hebben – er zijn mannen met weinig testosteron die kaal worden en testosteronbommen met een weelderige bos haar.”

Jop bekijkt de mogelijkheden om het kaal worden tegen te gaan. Haartransplantaties, medicijnen, letten op de voeding of speciale shampoos etc. Hij bespreekt ze allemaal.

“Ik zou het kunnen proberen. Maar er knaagt nog iets: op een feestje betrapte ik mezelf erop dat ik constant kapsels inspecteerde. Volle bos. Dunnig. Ver heen. Bij elke spiegel wierp ik een blik op mijn eigen coupe. Wil ik daar heel mijn leven mee bezig zijn? Het is zaak haaruitval te accepteren, zegt psychologe Hornsveld. ‘Anders kom je niet aan verwerking toe, aan wat je waard bent zonder dat haar.’

Het is als een rouwproces, waarvoor Hornsveld regelmatig ‘ernstige gevallen’ behandelt. ‘Je moet je zelfbeeld opnieuw opbouwen. We leren mensen met een ander perspectief te kijken. Keuren ze mensen die afwijken door een scheve neus of grote oren ook af?’

Inderdaad. Wie ben ik zonder mijn haar? Eén ding kan me helpen bij het beantwoorden van die vraag: ter illustratie van dit artikel laat ik mijn lokken afscheren. ‘Je kan het hebben’, zegt de fotograaf. ‘Ik vind je mooi!’, antwoordt mijn vriendin in reactie op de foto. Volgens plastisch chirurg Van der Lei zijn er twee soorten vrouwen.

Vrouwen die nooit op een kale man vallen en vrouwen die verder kijken. De mijne is er zo een. Toch denk ik met weemoed terug aan mijn krullen, en aan een opmerking van Andy van der Meijde: ‘Ik wil kunnen kiezen hoe ik mijn haar draag. Kort, lang, opgeschoren of een Elviskuif.’ Het mantra van Boersma dreunt door mijn hoofd. Kaalheid is een keuze. Ik slaap er nog een paar nachtjes over.”

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag