Tachtig procent van de mannen krijgt vroeg of laat met kaalheid te maken. Waarom laat hun haar hen in de steek? En waarom hebben vrouwen er vrijwel geen last van?
Bijna elke man wordt kaal. 20 procent heeft te maken met kaalheid op hun twintigste, 50 procent op hun vijftigste. Tegen de tijd dat ze zeventig zijn, heeft 80 procent geen haar meer op zijn kop. Kaalheid is erfelijk via het chromosoom van de moeder. De volle coupe van de vader heeft helaas niets te betekenen.
Laten we eerst naar de normale haargroei kijken. Je haar groeit nooit aan één stuk door. Dat is normaal. Elke haar kent een cyclus met verschillende fases. Groeien doet hij in de groeifase. Die duurt bij hoofdhaar twee tot zes jaar. Beenhaar groeit slechts negentien tot 26 weken door (gelukkig maar). In de volgende fase stopt de groei en laat je haarwortel los. Dit duurt een week of twee. De haar blijft intussen nog wel in zijn haarzakje zitten.
Daarna volgt een rustfase van ongeveer drie maanden. De haarwortel krimpt en onderin het haarzakje wordt een beginnetje gemaakt van een nieuwe haar. Uiteindelijk valt je oude haar uit het haarzakje en komt je nieuwe haar tevoorschijn.
Bij mannen met een wijkende haargrens wordt de groeifase steeds korter en de rustfase steeds langer. ‘Je haren worden dan alsmaar korter, dunner en kleurlozer’, vertelt Stefanie Heilmann-Heimbach. Zij doet onderzoek naar de erfelijkheid van kaalheid aan de Universität Bonn (Duitsland). ‘Het haarzakje waaruit je haren groeien, wordt daarbij ook steeds kleiner. Uiteindelijk blijft je haar zo kort, dat hij niet meer het oppervlak van je hoofdhuid bereikt. Dan ben je kaal.’
Kale mannen hebben niet meer testosteron dan harige seksegenoten. Maar hun haren zijn wel gevoeliger voor een hormoon dat in de haarwortel uit testosteron wordt gemaakt: dihydrotestosteron (DHT). Thio: ‘Haren die verdwijnen, groeien in haarzakjes met cellen die overgevoelig zijn voor dit hormoon.’
Opvallend genoeg bevordert DHT op andere plekken in je lichaam juist de haargroei. Zo stimuleert het de groei van baard-, oksel- en schaamhaar. Maar ja, daar heb je op je hoofd weinig aan. Waarom het op de ene plek van je lichaam iets anders doet dan op de andere, dat begrijpen onderzoekers nog niet. Heilmann-Heimbach: ‘We weten nog lang niet alles over hoe DHT precies op haarzakjes inwerkt en ervoor zorgt dat je op bepaalde plekken kaal wordt.’ Zelfs op je hoofd heeft DHT niet overal hetzelfde effect. Sommige plekken worden kaal, andere niet.
Wetenschappers van de University of Pennsylvania (VS) vergeleken in 2011 de haarzakjes van kale plekken met die van nog begroeide plaatsen. De onderzoekers bekeken specifiek de stamcellen in de haarzakjes. Die maken cellen die op hun beurt je haren voortbrengen.
Zonder werkende stamcellen krijg je dus nooit haar. Die stamcellen blijken nog wel gewoon aanwezig in de gekrompen haarzakjes van de kale plekken. Het waren er bovendien per haarzakje evenveel. Maar om de een of andere reden worden ze niet geactiveerd op die kale vlaktes en in het hoefijzerrestant wel. De cellen die de haargroei aan moeten sturen zijn er dus wel, maar doen iets niet goed.